Pudding en teksten

Vroeger maakte mijn oma zelf pudding. Van die pudding in een vorm, je weet wel. De ene zondag maakte ze een pudding in een visvorm, de andere keer kregen we pudding in de vorm van een groot hart. Het was vechten geblazen over wie de kop of de staart zou krijgen. Meestal won mijn zus het en kon ik de kop of de staart wel vergeten. Ik stelde mij tevreden met een schub of drie. Soms mislukte de pudding van mijn oma helemaal en zakte de pudding voor onze ogen in elkaar en konden we er geen kop of staart meer aan vastknopen.
Hieraan moest ik denken toen ik mijn eerste tekst schreef. Ikzelf vond mijn verhaal redelijk logisch en ook best boeiend, maar toen ik het ter keuring voorlegde aan mijn leraar, bleek hij het te zien als een minder geslaagde pudding van mijn oma. Van hem leerde ik dat het schrijven van een tekst voorbereiding vraagt. Vooraf nadenken over lezerspubliek, de doelstelling die je wilt bereiken en het karakter van de tekst, bleken geen overbodige luxe.
Als je begint met het schrijven van een tekst is het logisch dat je eerst de doelgroep duidelijk voor ogen hebt. Het maakt nogal uit of de tekst bedoeld is voor de jaarrekening van een accountantskantoor of dat er een aankondiging voor een concert geschreven moet worden. De woordkeus en de stijl die je kiest maken het verschil. Als de toon de muziek niet maakt, haakt het gros van het bedoelde publiek al snel af en schiet de tekst zijn doel voorbij.
Daarna wordt vastgesteld om wat voor soort tekst het gaat. Is de tekst bedoeld als puur informatieoverdracht, is de tekst een aller-persoonlijkste expressie van een aller-persoonlijkste emotie, is de tekst relationeel bedoeld of moet er een appel van de tekst uitgaan? Toch zeker geen overbodige voorvragen die de schrijver zich moet stellen alvorens hij of zij er goed aan doet de toetsen überhaupt in te drukken.
Nadat vastgesteld is welk publiek bereikt moet worden en wat het karakter van de tekst moet zijn, kan er verder nagedacht worden over het bouwplan. Structuur aanbrengen is namelijk van essentieel belang. Als de lezer geen idee heeft waar de tekst heen zal gaan, wat het onderwerp is en wat hij kan verwachten, is de kans groot dat de lezer de tekst ervaart als een pudding van bedenkelijke vorm en dat hij of zij in verwarring achterblijft.
Deze verwarring kan voorkomen worden door een gestructureerde aanpak. Er zijn zes belangrijke hoofdstructuren, namelijk de probleemstructuur, de maatregelstructuur, de evaluatiestructuur, de handelingsstructuur, een ontwerp en een onderzoeksstructuur. Elk van deze zes structuren heeft zijn eigen opbouw en ingrediënten.
In de inleiding moet duidelijk uitgelegd worden wat het probleem nu precies is. Ook moet duidelijk zijn waarom het een probleem is en wat de oorzaken zijn van het probleem. In de kern van de tekst worden de criteria voor het werken aan een oplossing toegelicht. Pas nadat het probleem op deze manier is toegelicht kunnen er oplossingen aangereikt worden. Afsluitend kan de beste oplossing worden gekozen, aangevuld met de consequenties en de stappen die er te nemen zijn.
Als er een maatregel getroffen moet worden om een situatie te veranderen is het belangrijk om in de inleiding de maatregel precies te omschrijven. Ook moet worden uitgelegd waarom de maatregel nodig is. In de kern van het verhaal wordt omschreven hoe de maatregel wordt uitgevoerd zodat iedereen die met de maatregel te maken krijgt, op de hoogte is van de maatregel en bovendien begrijpt waarom de maatregel nodig is. Afsluitend kan nog gewezen worden op de mogelijke effecten van de maatregel.
Bij de evaluatiestructuur gaat het om een beoordeling van een product, idee of plan dat is uitgevoerd. In de inleiding uiteraard een beschrijving van het te evalueren onderwerp. Wat zijn de belangrijkste eigenschappen van het onderwerp X? Wat zijn de positieve en negatieve aspecten van het onderwerp X? In de kern wordt een totaalbeoordeling over het onderwerp X gemaakt. Ter afsluiting van een evaluerend stuk komt ter sprake wat er dus gedaan moet worden naar aanleiding van de gemaakte evaluatie.
Een ontwerpstructuur geeft een omschrijving van een te ontwikkelen idee of project. De ontwerpstructuur begint met een uitleg waartoe het ontwerp dient. Om een goed ontwerp te maken is het van af het begin belangrijk de eisen die aan het ontwerp gesteld worden helder te formuleren. Ook de middelen die ingezet kunnen worden bij het ontwerp worden omschreven. Dan volgt de kern, namelijk het ontwerp zelf. Tenslotte wordt het ontwerp afgesloten met een richtlijn waarmee het ontwerp gewaardeerd kan worden.


